Ik bleef niet in mijn wieg liggen en dankzij de goede zorgen, al dan niet onder dwang van ons Ma aan mijn 2 oudste zussen opgelegd, doorliep ik probleemloos de stadia van platte meutte tot een stapperke. Ik veronderstel dat het woord peuter destijds nog niet bestond. Kruipen, fruitpap, leren lopen en op het potteke gaan. Spreken ging ook al mondjesmaat maar daar kwamen al vlug voorwaarden aan te pas.
Al vlug was ik de kinderpap ontgroeid en zorgde de kar van "Soep van Boom" voor de vervanging ervan en tegelijkertijd voor de nodige vitaminen. Ik heb nooit honger gekend dankzij de Soep van Boom, het legendarische soepbedrijf dat Lie Van Huyk tijdens de Eerste Wereldoorlog samen met haar man Jef Van Boom oprichtte. Lie kon niet langer passief toekijken hoe haar buurt honger leed en zette ze haar trots opzij en trok scheel van de honger met haar vier kinderen, in positie van een vijfde, naar het Antwerpse stadsbestuur. Daar kreeg ze 250 frank en kocht er een soeppot en schenkels mee. Buiten Lie haar ondernemersmentaliteit zie ik veel overeenkomsten met ons Ma. Lie verkocht van dan af in haar beenhouwerij voedzame bouillon tegen een lage prijs. Na een tijdje bracht ze die 250 frank terug naar het stadsbestuur dat danig onder de indruk was want die som centen waren een schenking en geen lening. Voortaan mocht ze leveren aan scholen. In de decennia die volgden groeide Soep Van Boom uit tot een waar soepimperium dat in de wijde omtrek soep verkocht. Lie, 'moemoe', was een echte volksfiguur en samen met haar flamboyante kroost zette ze geregeld ook de buurt op stelten. Nostalgische figuren die de stad van vroeger jaren kleurden, dat waren het.
Jawel armoede, het is van alle tijden. Echte armoede heb ik nooit gekend maar de centen werden thuis wel heel zorgvuldig geteld ! Kinderen kosten geld. Later gehoord dat elk kind voor een eigen huis staat. Ik heb het nooit willen natellen en zou het niet willen ook niet. Er waren dus centen nodig en zeker met de fabriekspree van ons Va konden die thuis niet over de balk gegooid worden. Suzanneke en Marietje gingen ondertussen werken en gaven mooi hun pree af thuis. Ikzelf was later hetzelfde lot beschoren en moest tot mijn grote ergernis eveneens mijn pree tot de laatste frank afgeven. Voor de huidige generaties was deze gang van zaken totaal onbegrijpelijk. Voor mij toen trouwens ook niet maar ik heb het overleefd. Al goed, de tijdsgeest verandert en blijft niet in fles onder een stop zitten zoals Aladin dat deed.
M'n 2de levensjaar werd zorgvuldig in die wieg afgerond en ondertussen kon ik al lopen. En rap ook ! Bij een uitstap naar Schoten Heidebad met wijlen Tante Julia en haar eveneens wijlen teerbeminde Nonkel Frans sprong ik de vaart in. Nonkel Frans is me nog achternagesprongen. Tante Julia was een zuster van ons Ma. Ook daar kom ik later nog eens op terug.
Spreken lukte ook al met vlagen maar ons Ma verlangde iets meer. Ik zou al ineens hebben moeten kunnen spreken zoals de grote mensen dat deden. De beginnende vocale resultaten geuit in kinder- of paptaal waren niet voor mij besteed. Ineens de klap van een grote jongen moest ons Ma horen. Een echte jongen spreekt niet zoals een klein ventje. Durfde ik wel in die rol hervallen dan werd er me een in het vooruitzicht gestelde beloning ontzegd. 'Gene Ovomaltine als ge niet goed spreekt' orakelde ons ma. Toch straf dat zoiets in je herinnering blijft hangen.
Deze restrictie gold niet voor het uitspreken van de namen van mijn zussen. Ik vermoed dan ook dat niet ik maar mijn jongste zus hiervoor heeft getekend. Tat, Petteke dat kon niet van mij komen. De lat werd op vocabulair niveau ineens hoog voor mij gelegd. Het enige woord dat mocht uitgesproken worden was het woordje 'dong'. Misschien wel omdat het in mijn achternaam verscholen lag ? Hoe naïef, neenee, een dong was een kookgarde die ik aanzag als een geweer en dan ostentatief schouderde zoals een geweer wanneer er het volgende oude en vergeten liedje werd aangeheven.
'Jan is soldaat en hij moet gaan exerceren !
'Jan is soldaat en hij gooit zijn broek op straat !
Wacht een beetje, wacht een beetje ...
Ik zal u eens komen halen !
Wacht een beetje, wacht een beetje ...
Ik zal het eens komen doen !
Nee het woordje 'dong' werd zonder problemen getolereerd. Ik marcheerde als een geprogrammeerde robot met mijn erzats geweer ontelbare rondjes om de tafel. En opnieuw en opnieuw, ze bleven maar zingen en ik maar marcheren. Nee 'dong' mocht nog juist van mijn moeder, ze beleefde er zelf veel te veel plezier aan om me daar op af te rekenen. En echte jongens ... worden dat ook geen soldaten ? Zelfs chokotofs of smurrie dat nog aan die kookgarde plakte waren geen beletsel om er mee rond de tafel te exerceren. Die zaken vond je dan na afloop van het gemarcheer keurig uitgesmeerd terug in mijn nek.
Gezien spaarzaamheid een deugd betrof werd deze hoedanigheid gretig toegepast in het ouderlijke huis. Daar is zelfs nu nog helemaal niets fout mee want omarmen we nu niet een beetje teveel de wegwerpmaatschappij ? Toen niet hoor, kleergoed dat nog dienen kon werd niet weggegooid. Gelukkig was ik een jongen en hoefde ik de afdragertjes van mijn zussen niet te dragen. Tot op zekere hoogte wel te verstaan. Op barboteusen en nachtkledij na. In een bed zag immers niemand of ik een japon of pyama aanhad. Met dit argument probeerde on Ma me te overhalen. Het lukte niet dus dan maar manu militari ... die te kleine nachtjapons van mijn zusters werden mijn deel. Moord en brand schreeuwde ik. En ik moest een echte jongen zijn van ons Ma ! En dan dit ! 20 jaar verzuchtingen moest de kleine Jan ineens inlossen en daar deed hij zo hard zijn best voor. En dan komen ze af met die nachtjapon waar ik niet vanonder kon ! Niet één wit haar, ik was immers een wittekop, dat daar vrede mee zou nemen. Mijn eerste genderconflict was geboren. Ik weet nog wel dat ik die nacht niet geslapen heb. Horror met een hoofdletter werd er in mijn ziel gebrand. Er er zou vlug er nog één volgen : Ons Tat, mijn tweede moeder zou gaan trouwen.
Ik voelde me verraden. M'n 2de moeder zou me verlaten. Het verstand om dit te vatten had ik nog niet maar ik voelde het aan. Net zoals een kleine bij zijn 1ste schooldag in de papklas. Zo een manneke heeft ook een onbevattelijk gevoel rond zijn lijfje hangen dat hem het wenen nader brengt. Gelukkig had ik mijn Finelio, een opgeblazen blauwgroene knuffel die een kruising tussen een eend en zwaan moest voorstellen. Op dit beest moeten mijn eerste pogingen van schuldverhaal uitgeprobeerd zijn. Ik kon Finelio met schuld opzadelen. Je moet weten dat beest kon praten. Althans, ik dacht dat. Finelio kon alleen praten door de buik van de aanstaande man van ons Tat, onzen Domien. Het was doorstoken kaart en Finelio vertelde beuzelarijen en probeerde me van mijn stuk te krijgen. Uit onmacht wrong ik hem dan de nek om wat hem op de duur een onherstelbare hernia opleverde. Er zat een krook in zijn nek die er nooit meer is uitgegaan. Ook bij het aanvoelen van het verlies van ons Tat werd zijn nek meermaals omgedraaid. Het was zijn schuld en ik was niet bij machte het hem uit te leggen.
Ons Moemoe breide mijn kostuum voor die trouw. Breien en kousen stoppen kon ze als de beste. Dat had ze nog geleerd in de Franse kostschool waar ze op jonge leeftijd als weeskind werd opgevoed. Ze leerden daar zelfs zakdoeken strijken. Haar ouders moeten wel gefortuneerd zijn geweest om uit de erfenis de kosten te kunnen betalen voor een kostschool voor 3 kinderen. Zij, tante Vitje en nonkel Henri. Van hun 6 tot hun 21 jaar. Dat moet een bom geld geweest zijn. Als ze 21 waren werden ze gelost. Ons Moemoe kwam vanuit Kortrijk naar Antwerpen afgezakt en waaide er aan een dokwerker. Het contrast kon niet groter ! Opgevoed door nonnen en door de eerste de beste vent, nen dokwerker dan nog wel, de koffer in. Ward, ik heb hem niet gekend, al jaren dood toen ik werd geboren. Een fotootje van hem vertelde me dat hij in een rolstoel zat. Getroffen door een beroerte. Afgaande op de verhalen die ik van ons Ma en m'n tante Julia, haar zus, opving zoop haar vader eveneens de repen van het vat en moest ze hem geregeld uit de kroeg gaan halen. Dat was in de kroeg van zijn zus Marie. Geen Dikke tante Marie maar Tante Marie van 't Staminee. Ons Ma, een jaar of 12 toen, moest geregeld met de 'voiture' een toerke gaan wandelen met Marcelleke. Dat was het zoontje van tante Marie. Als beloning hing daar een reep chocolade van de 'Martougin' aan vast. Toen ze ooit na zo een wandelingetje eens terug kwam nadat ze Marcelleke helemaal had kaalgeschoren zal ze waarschijnlijk gene reep gekregen hebben. Ach ja, mensen dronken waarschijnlijk uit miserie. Ook m'n eigen vrouw Annick moest haar grootvader, een koolputter in de Borinage, uit de kroeg gaan halen wanneer het eten klaar stond.
Die Franse kostschool in Kortrijk moet een elitaire instelling geweest zijn. Sur le pont d'Avignon on y danse, on y danse ... werd er geleerd terwijl arm Vlaanderen pap lepelde en als het er was, enkel vader een stukje vlees kreeg. Ook daar in dat pensionaat heerste er ijzeren tucht en die nonnen zorgden er wel voor dat die rijke kinderzieltjes gesmeed en gehard werden op het aambeeld der vermeende superioriteit. Je hebt werkmensen en welstellenden en het is God die wil dat er onderscheid gemaakt wordt. Dat moet er bij mijn moeder met de paplepel zijn ingegoten. Als je bij de beenhouwer gaat, zo declameerde ooit mijn moeder tegen een buurvrouw, dan spreek je Frans. Je zult zien dat je dan altijd mals vlees krijgt. Frans spreken stond ook bij ons Ma gelijk met standing hebben en dan kon je iets afdwingen. Nog altijd herinner ik me ons Moemoe haar uitspraak : Iemand met een klak op zijn kop, daar draait ge uwe kop van weg. Voor iemand met een hoed, maak je een buiging. Waarschijnlijk was ze zelf een uitzondering op die regel gezien ze scheep ging met een dokwerker. Voortdurend lag ons moemoe op vinkenslag om er over te waken dat het met mij de juiste richting zou uitgaan. Van kindsbeen af ! Ons ma werd regelmatig gewaarschuwd : Maria, je moogt dat manneke niet van den teut van de melkfles laten drinken. Dat gaat later ne zatlap worden of ze trapte mijn soldatenkevers dood waar ik zo graag mee speelde op het trottoir voor de deur. Ze scheldde me toen uit voor vuil straatjoenk. Finelio kreeg dan de zoveelste wurging te verduren. Speelgoed had ik niet op Finelio, een bolderkar en een trapautoke na. 1 keer is Sinterklaas geweest maar dan was ik al wat groter, die bracht een Coca Cola camion. Maar ik lzou liegen, van dikke tante Marie heb ik eens een autoke gekregen met een raketteke er op. De enigste kado die ik van mijn meter in ontvangst mocht nemen. Afgaande op haar gierigheid zal ze dat wel van de Gie geschaveeld hebben. Die had speelgoed in overvloed. En ja, ik zou het vergeten .... rond een jaar of 12 een vlieger van ons Va om er op de Wolvenberg mee te gaan spelen.
Ik loop vooruit. Ons moemoe was mijn kostuum voor m'n zus haar trouw aan het breien. In grijze wol alstublieft. Geheel in lijn met de spaarzaamheidsregels werd deze wol wol gerecupereerd van de één of ander uitgetrokken werkeloze trui want dat broekske pikte aan mijn gat. Ik werd er hoorndul van. En opnieuw kreeg ik geen gelijk, ik moest dat aantrekken en verder geen commentaar.
Al vlug was ik de kinderpap ontgroeid en zorgde de kar van "Soep van Boom" voor de vervanging ervan en tegelijkertijd voor de nodige vitaminen. Ik heb nooit honger gekend dankzij de Soep van Boom, het legendarische soepbedrijf dat Lie Van Huyk tijdens de Eerste Wereldoorlog samen met haar man Jef Van Boom oprichtte. Lie kon niet langer passief toekijken hoe haar buurt honger leed en zette ze haar trots opzij en trok scheel van de honger met haar vier kinderen, in positie van een vijfde, naar het Antwerpse stadsbestuur. Daar kreeg ze 250 frank en kocht er een soeppot en schenkels mee. Buiten Lie haar ondernemersmentaliteit zie ik veel overeenkomsten met ons Ma. Lie verkocht van dan af in haar beenhouwerij voedzame bouillon tegen een lage prijs. Na een tijdje bracht ze die 250 frank terug naar het stadsbestuur dat danig onder de indruk was want die som centen waren een schenking en geen lening. Voortaan mocht ze leveren aan scholen. In de decennia die volgden groeide Soep Van Boom uit tot een waar soepimperium dat in de wijde omtrek soep verkocht. Lie, 'moemoe', was een echte volksfiguur en samen met haar flamboyante kroost zette ze geregeld ook de buurt op stelten. Nostalgische figuren die de stad van vroeger jaren kleurden, dat waren het.
Jawel armoede, het is van alle tijden. Echte armoede heb ik nooit gekend maar de centen werden thuis wel heel zorgvuldig geteld ! Kinderen kosten geld. Later gehoord dat elk kind voor een eigen huis staat. Ik heb het nooit willen natellen en zou het niet willen ook niet. Er waren dus centen nodig en zeker met de fabriekspree van ons Va konden die thuis niet over de balk gegooid worden. Suzanneke en Marietje gingen ondertussen werken en gaven mooi hun pree af thuis. Ikzelf was later hetzelfde lot beschoren en moest tot mijn grote ergernis eveneens mijn pree tot de laatste frank afgeven. Voor de huidige generaties was deze gang van zaken totaal onbegrijpelijk. Voor mij toen trouwens ook niet maar ik heb het overleefd. Al goed, de tijdsgeest verandert en blijft niet in fles onder een stop zitten zoals Aladin dat deed.
M'n 2de levensjaar werd zorgvuldig in die wieg afgerond en ondertussen kon ik al lopen. En rap ook ! Bij een uitstap naar Schoten Heidebad met wijlen Tante Julia en haar eveneens wijlen teerbeminde Nonkel Frans sprong ik de vaart in. Nonkel Frans is me nog achternagesprongen. Tante Julia was een zuster van ons Ma. Ook daar kom ik later nog eens op terug.
Spreken lukte ook al met vlagen maar ons Ma verlangde iets meer. Ik zou al ineens hebben moeten kunnen spreken zoals de grote mensen dat deden. De beginnende vocale resultaten geuit in kinder- of paptaal waren niet voor mij besteed. Ineens de klap van een grote jongen moest ons Ma horen. Een echte jongen spreekt niet zoals een klein ventje. Durfde ik wel in die rol hervallen dan werd er me een in het vooruitzicht gestelde beloning ontzegd. 'Gene Ovomaltine als ge niet goed spreekt' orakelde ons ma. Toch straf dat zoiets in je herinnering blijft hangen.
Deze restrictie gold niet voor het uitspreken van de namen van mijn zussen. Ik vermoed dan ook dat niet ik maar mijn jongste zus hiervoor heeft getekend. Tat, Petteke dat kon niet van mij komen. De lat werd op vocabulair niveau ineens hoog voor mij gelegd. Het enige woord dat mocht uitgesproken worden was het woordje 'dong'. Misschien wel omdat het in mijn achternaam verscholen lag ? Hoe naïef, neenee, een dong was een kookgarde die ik aanzag als een geweer en dan ostentatief schouderde zoals een geweer wanneer er het volgende oude en vergeten liedje werd aangeheven.
'Jan is soldaat en hij moet gaan exerceren !
'Jan is soldaat en hij gooit zijn broek op straat !
Wacht een beetje, wacht een beetje ...
Ik zal u eens komen halen !
Wacht een beetje, wacht een beetje ...
Ik zal het eens komen doen !
Nee het woordje 'dong' werd zonder problemen getolereerd. Ik marcheerde als een geprogrammeerde robot met mijn erzats geweer ontelbare rondjes om de tafel. En opnieuw en opnieuw, ze bleven maar zingen en ik maar marcheren. Nee 'dong' mocht nog juist van mijn moeder, ze beleefde er zelf veel te veel plezier aan om me daar op af te rekenen. En echte jongens ... worden dat ook geen soldaten ? Zelfs chokotofs of smurrie dat nog aan die kookgarde plakte waren geen beletsel om er mee rond de tafel te exerceren. Die zaken vond je dan na afloop van het gemarcheer keurig uitgesmeerd terug in mijn nek.
Gezien spaarzaamheid een deugd betrof werd deze hoedanigheid gretig toegepast in het ouderlijke huis. Daar is zelfs nu nog helemaal niets fout mee want omarmen we nu niet een beetje teveel de wegwerpmaatschappij ? Toen niet hoor, kleergoed dat nog dienen kon werd niet weggegooid. Gelukkig was ik een jongen en hoefde ik de afdragertjes van mijn zussen niet te dragen. Tot op zekere hoogte wel te verstaan. Op barboteusen en nachtkledij na. In een bed zag immers niemand of ik een japon of pyama aanhad. Met dit argument probeerde on Ma me te overhalen. Het lukte niet dus dan maar manu militari ... die te kleine nachtjapons van mijn zusters werden mijn deel. Moord en brand schreeuwde ik. En ik moest een echte jongen zijn van ons Ma ! En dan dit ! 20 jaar verzuchtingen moest de kleine Jan ineens inlossen en daar deed hij zo hard zijn best voor. En dan komen ze af met die nachtjapon waar ik niet vanonder kon ! Niet één wit haar, ik was immers een wittekop, dat daar vrede mee zou nemen. Mijn eerste genderconflict was geboren. Ik weet nog wel dat ik die nacht niet geslapen heb. Horror met een hoofdletter werd er in mijn ziel gebrand. Er er zou vlug er nog één volgen : Ons Tat, mijn tweede moeder zou gaan trouwen.
Ik voelde me verraden. M'n 2de moeder zou me verlaten. Het verstand om dit te vatten had ik nog niet maar ik voelde het aan. Net zoals een kleine bij zijn 1ste schooldag in de papklas. Zo een manneke heeft ook een onbevattelijk gevoel rond zijn lijfje hangen dat hem het wenen nader brengt. Gelukkig had ik mijn Finelio, een opgeblazen blauwgroene knuffel die een kruising tussen een eend en zwaan moest voorstellen. Op dit beest moeten mijn eerste pogingen van schuldverhaal uitgeprobeerd zijn. Ik kon Finelio met schuld opzadelen. Je moet weten dat beest kon praten. Althans, ik dacht dat. Finelio kon alleen praten door de buik van de aanstaande man van ons Tat, onzen Domien. Het was doorstoken kaart en Finelio vertelde beuzelarijen en probeerde me van mijn stuk te krijgen. Uit onmacht wrong ik hem dan de nek om wat hem op de duur een onherstelbare hernia opleverde. Er zat een krook in zijn nek die er nooit meer is uitgegaan. Ook bij het aanvoelen van het verlies van ons Tat werd zijn nek meermaals omgedraaid. Het was zijn schuld en ik was niet bij machte het hem uit te leggen.
Ons Moemoe breide mijn kostuum voor die trouw. Breien en kousen stoppen kon ze als de beste. Dat had ze nog geleerd in de Franse kostschool waar ze op jonge leeftijd als weeskind werd opgevoed. Ze leerden daar zelfs zakdoeken strijken. Haar ouders moeten wel gefortuneerd zijn geweest om uit de erfenis de kosten te kunnen betalen voor een kostschool voor 3 kinderen. Zij, tante Vitje en nonkel Henri. Van hun 6 tot hun 21 jaar. Dat moet een bom geld geweest zijn. Als ze 21 waren werden ze gelost. Ons Moemoe kwam vanuit Kortrijk naar Antwerpen afgezakt en waaide er aan een dokwerker. Het contrast kon niet groter ! Opgevoed door nonnen en door de eerste de beste vent, nen dokwerker dan nog wel, de koffer in. Ward, ik heb hem niet gekend, al jaren dood toen ik werd geboren. Een fotootje van hem vertelde me dat hij in een rolstoel zat. Getroffen door een beroerte. Afgaande op de verhalen die ik van ons Ma en m'n tante Julia, haar zus, opving zoop haar vader eveneens de repen van het vat en moest ze hem geregeld uit de kroeg gaan halen. Dat was in de kroeg van zijn zus Marie. Geen Dikke tante Marie maar Tante Marie van 't Staminee. Ons Ma, een jaar of 12 toen, moest geregeld met de 'voiture' een toerke gaan wandelen met Marcelleke. Dat was het zoontje van tante Marie. Als beloning hing daar een reep chocolade van de 'Martougin' aan vast. Toen ze ooit na zo een wandelingetje eens terug kwam nadat ze Marcelleke helemaal had kaalgeschoren zal ze waarschijnlijk gene reep gekregen hebben. Ach ja, mensen dronken waarschijnlijk uit miserie. Ook m'n eigen vrouw Annick moest haar grootvader, een koolputter in de Borinage, uit de kroeg gaan halen wanneer het eten klaar stond.
Die Franse kostschool in Kortrijk moet een elitaire instelling geweest zijn. Sur le pont d'Avignon on y danse, on y danse ... werd er geleerd terwijl arm Vlaanderen pap lepelde en als het er was, enkel vader een stukje vlees kreeg. Ook daar in dat pensionaat heerste er ijzeren tucht en die nonnen zorgden er wel voor dat die rijke kinderzieltjes gesmeed en gehard werden op het aambeeld der vermeende superioriteit. Je hebt werkmensen en welstellenden en het is God die wil dat er onderscheid gemaakt wordt. Dat moet er bij mijn moeder met de paplepel zijn ingegoten. Als je bij de beenhouwer gaat, zo declameerde ooit mijn moeder tegen een buurvrouw, dan spreek je Frans. Je zult zien dat je dan altijd mals vlees krijgt. Frans spreken stond ook bij ons Ma gelijk met standing hebben en dan kon je iets afdwingen. Nog altijd herinner ik me ons Moemoe haar uitspraak : Iemand met een klak op zijn kop, daar draait ge uwe kop van weg. Voor iemand met een hoed, maak je een buiging. Waarschijnlijk was ze zelf een uitzondering op die regel gezien ze scheep ging met een dokwerker. Voortdurend lag ons moemoe op vinkenslag om er over te waken dat het met mij de juiste richting zou uitgaan. Van kindsbeen af ! Ons ma werd regelmatig gewaarschuwd : Maria, je moogt dat manneke niet van den teut van de melkfles laten drinken. Dat gaat later ne zatlap worden of ze trapte mijn soldatenkevers dood waar ik zo graag mee speelde op het trottoir voor de deur. Ze scheldde me toen uit voor vuil straatjoenk. Finelio kreeg dan de zoveelste wurging te verduren. Speelgoed had ik niet op Finelio, een bolderkar en een trapautoke na. 1 keer is Sinterklaas geweest maar dan was ik al wat groter, die bracht een Coca Cola camion. Maar ik lzou liegen, van dikke tante Marie heb ik eens een autoke gekregen met een raketteke er op. De enigste kado die ik van mijn meter in ontvangst mocht nemen. Afgaande op haar gierigheid zal ze dat wel van de Gie geschaveeld hebben. Die had speelgoed in overvloed. En ja, ik zou het vergeten .... rond een jaar of 12 een vlieger van ons Va om er op de Wolvenberg mee te gaan spelen.
Ik loop vooruit. Ons moemoe was mijn kostuum voor m'n zus haar trouw aan het breien. In grijze wol alstublieft. Geheel in lijn met de spaarzaamheidsregels werd deze wol wol gerecupereerd van de één of ander uitgetrokken werkeloze trui want dat broekske pikte aan mijn gat. Ik werd er hoorndul van. En opnieuw kreeg ik geen gelijk, ik moest dat aantrekken en verder geen commentaar.
Kinderkleren ... ja dat was een dure post in het huishouden van vader Van Dongen. Ik breng nog even de japons van m'n oudere zussen in herinnering. Het trauma was te groot.
De dag dat m'n zus vertrok werd er een hoofdstuk in m'n leven afgesloten.
De dag dat m'n zus vertrok werd er een hoofdstuk in m'n leven afgesloten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten